Heb jij een contract voor bepaalde tijd dat bijna afloopt?

Minimaal een maand voor het verstrijken van de overeengekomen termijn in de arbeidsovereenkomst dient de werkgever je te informeren over een eventuele verlenging daarvan. Dit wordt de ‘aanzegverplichting’ genoemd. De aanzegging dient schriftelijk te geschieden. Met dit schriftelijkheidsvereiste wil de regering voorkomen dat de werkgever mondeling toezeggingen doet die hij vervolgens niet nakomt. Indien de werkgever verzuimt de werknemer te informeren over het verlengen van het dienstverband, of indien de werkgever de aanzegging niet tijdig doet, is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd. Wat gebeurt er in de praktijk?

In een eerder nieuwsbericht schreef ik dat rechters sterk vasthouden aan de wettelijke aanzegverplichting. In één rechtszaak gaf de werknemer zelfs op de zitting toe dat de werkgever hem wel degelijk (mondeling) had geïnformeerd over het einde van zijn arbeidscontract. Omdat de werkgever echter niet aan het schriftelijkheidsvereiste had voldaan, vond de kantonrechter een aanzegvergoeding op zijn plaats.

Inmiddels zijn we een jaar verder. Op 13 juni 2016 speelde bij de rechtbank Rotterdam wederom een rechtszaak over de aanzegverplichting en de aanzegvergoeding.

Wat was er gebeurd?

Een manager krijgt voordat zijn contract voor bepaalde tijd afloopt een vaststellingsovereenkomst aangeboden door zijn werkgever, Arbo Active. Partijen gaan in overleg over de vaststellingsovereenkomst en uiteindelijk komt er een overeenkomst tot stand. De manager wordt tot het einde van het contract vrijgesteld van zijn werkzaamheden. Twee maanden na afloop van de arbeidsovereenkomst dient de manager een verzoek bij de rechtbank in. In het verzoek stelt de manager recht te hebben op de aanzegvergoeding omdat niet aan de aanzegverplichting van artikel 7:688 BW is voldaan.

De rechtszaak

Het staat volgens de rechter vast dat Arbo Active niet heeft voldaan aan de in artikel 7:688 lid 1 BW genoemde aanzegverplichting. Op grond van lid 3 is Arbo Active daarom in beginsel een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand.

De kantonrechter acht het echter onder de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar Arbo Active te veroordelen tot betaling van de door de manager gevorderde vergoeding. De Kantonrechter neemt daarbij het volgende in overweging.

Uit de parlementaire geschiedenis van de WWZ blijkt dat de regering werknemers meer zekerheid heeft willen bieden met betrekking tot de vraag of een tijdelijke arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. Uit de overlegde email-berichten blijkt dat Arbo Active niet tevreden was over het functioneren van de manager, reden waarom zij een voorstel heeft gedaan tot beëindiging van het dienstverband. Partijen zijn vervolgens in onderhandeling getreden wat erin heeft geresulteerd dat de manager tot de einddatum van zijn arbeidsovereenkomst niet meer hoefde te werken voor Arbo Active. Ook had de manager afscheid genomen van zijn collega’s.

Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de Kantonrechter niet worden gezegd dat bij de manager ook maar enige twijfel heeft bestaan – of kan hebben bestaan – over de vraag of zijn tijdelijk contract zou worden voortgezet. De kantonrechter meent dat het niet de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest om in een geval als deze de werknemer aanspraak te geven op betaling van de aanzegvergoeding, zélfs als vast staat dat de werkgever zijn schriftelijke verplichting niet is nagekomen.

Vragen?

Heeft u vragen over het van rechtswege aflopen van uw arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd? Neem contact op met Betaalbare Arbeidsjurist en bel (0499) 78 50 53 of stuur een email naar info@betaalbare-arbeidsjurist.nl

kantonrechter

 

Show Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *