s

Tag Archives: concurrentiebeding

Kan een werkgever mij altijd houden aan een concurrentiebeding?

In veel arbeidsovereenkomsten wordt standaard een concurrentiebeding overeengekomen. Zelfs tijdelijke contracten voor een periode van drie maanden hebben vaak een dergelijk beding. De regering achtte deze praktijk onwenselijk omdat het de vrije arbeidskeuze van werknemers beperkt. Met invoering van de Wet Werk en Zekerheid is de wettelijke mogelijkheid om rechtsgeldig een dergelijk beding overeen te komen, flink beperkt. Door deze wetswijzing bestaan er in de huidige praktijk verschillen tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ contracten (overeengekomen voor en na 01-01-2015). Oude wetgeving is van toepassing op oude contracten, en nieuwe wetgeving is van toepassing op nieuwe contracten.

Maar is dit wel in alle gevallen zo? Kan nieuwe wetgeving toch van toepassing zijn op oude contracten? Deze problematiek kwam onlangs aan bod bij de Kantonrechter Groningen.

Wettelijk kader concurrentiebeding (wetgeving per 1-1-2015)

De wet schrijft dat een concurrentiebeding alleen rechtsgeldig kan worden overeengekomen in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen een werkgever en meerderjarige werknemer. Daarnaast kan een concurrentiebeding ook worden overeengekomen in een contract voor bepaalde tijd indien uit de schriftelijke motivering van de werkgever blijkt, dat het concurrentiebeding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.

Als aan al deze vereisten is voldaan, is rechtsgeldig een concurrentiebeding overeengekomen onder de nieuwe wet, en kan de werkgever hier een beroep op doen.

Concurrentiebedingen onder het oude recht (wetgeving voor 1-1-2015)

Het oude recht bepaalde slechts dat een concurrentiebeding schriftelijk met een meerderjarige werknemer mocht worden aangegaan. Indien het beding na afloop van de arbeidsovereenkomst de werknemer in belangrijke mate belemmerde om elders werkzaam te zijn, kon de rechter bepalen dat de werkgever voor de duur van het concurrentiebeding een vergoeding verschuldigd is aan de werknemer.

Deze praktijk maakte het mogelijk om standaard in contracten een concurrentiebeding op te nemen. Immers; het schriftelijke beding was geldig tenzij de werknemer in een rechtszaak kon aantonen dat het concurrentiebeding hem in ‘belangrijke mate belemmerde’ bij het vinden van ander werk.

Nieuwe wetgeving van toepassing op ‘oude’ contracten?

De kwestie die onlangs speelde bij de Kantonrechter Groningen (8 september 2015 vindplaats ECLI:NL:RBNNE:2015:4317) draaide om een werknemer die na zijn ontslag soortgelijke werkzaamheden als zelfstandige was gaan verrichten. De arbeidsovereenkomst was aangegaan voor januari 2015. Tussen partijen was dan ook niet in geschil dat het oude recht van toepassing was op het concurrentiebeding, dat dit beding rechtsgeldig was overeengekomen onder dat oude recht, en dat de ex-werknemer als zelfstandige soortgelijke werkzaamheden verrichtte als bij zijn ex-werkgever.

De kantonrechter overweegt dat de werkgever onvoldoende heeft onderbouwd en aannemelijk gemaakt, welke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zij met het concurrentiebeding wenste te beschermen. De kantonrechter is van mening dat de maatschappelijke opvatting die ten grondslag ligt aan de wetswijziging van 1-1-2015 mag worden betrokken in de belangenafweging van werknemer en werkgever.

concurrentiebeding

Hoewel de regering overgangsrecht van toepassing heeft verklaard ten aanzien van het concurrentiebeding, waarin kortweg staat dat het ‘oud’ recht van toepassing blijft op ‘oude’ contracten, is de kantonrechter uit Groningen een andere mening toegedaan. De kantonrechter zet vanwege gewijzigde maatschappelijke opvattingen de deur open om nieuw recht te hanteren op oude contracten. Hij wijkt hiermee af van de opvatting van veel van zijn collega’s, die wél consequent blijven noemen dat op ‘oude’ contracten, ‘oud’ recht van toepassing is.

Het is afwachten of in de toekomst rechters zich in soortgelijke zaken achter het standpunt van de Kantonrechter Groningen zullen scharen, of simpelweg verwijzen naar de wettelijke bepalingen zoals tot op heden is gedaan. Één ding is wel zeker; de werkgever kan er niet zonder meer van uit gaan, dat hem onverkort een beroep toekomt op een (onder het oude recht) rechtsgeldig overeengekomen concurrentiebeding.

Mr. Willeke Moolenaar – van Kemenade