s

Tag Archives: Europese Hof van Justitie

Mag een werkgever het dragen van een hoofddoek verbieden?

Een moslima die al drie jaar werkzaam is als receptioniste voor het beveiligingsbedrijf G4S, besluit op dag dat ze voortaan op de werkvloer een hoofddoek draagt. De eerste drie jaar van haar dienstverband droeg ze buiten haar werk om ook een hoofddoek, maar conformeerde ze zich tijdens werktijd aan de bedrijfsregels. In de bedrijfsregels stond opgenomen dat het verboden is om “zichtbare tekens te dragen van politieke, filosofische of religieuze overtuigingen en/of elk ritueel dat daaruit voortvloeit te manifesteren”. De moslima wordt aangesproken op het niet-naleven van de bedrijfsregels en wordt uiteindelijk in 2006 ontslagen. De receptioniste eist vervolgens bij de Belgische rechtbank een schadevergoeding van het beveiligingsbedrijf op grond van discriminatie. Na tien jaar procederen geeft op 31 mei 2016 de Advocaat-Generaal van het Europese Hof van Justitie een antwoord op de vraag; mag een werkgever het dragen van een hoofddoek op de werkvloer verbieden?

Verloop van het geding

De receptioniste stelt na ontslag een vordering tot schadevergoeding in bij de rechtbank wegens misbruik van het ontslagrecht. Subsidiair vordert ze schadevergoeding wegens schending van de discriminatiewetten. In 2009 voegt het Belgisch Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding zich in de rechtszaak aan de zijde van de receptioniste. De rechtbank verwerpt de vordering van de receptioniste omdat er geen sprake is van directe of indirecte discriminatie. In hoger beroep word eveneens de eis van de receptioniste verworpen omdat het beveiligingsbedrijf – volgens het hof – niet hoefde uit te gaan van de onrechtmatigheid van het binnen haar bedrijf geldende verbod. De receptioniste gaat in cassatie. Het Hof van Cassatie stelt een prejudiciële vraag aan het Europese Hof van Justitie.

Europese Hof van Justitie

De Advocaat-Generaal concludeert dat verbod op het dragen van een islamitische hoofddoek géén vorm van directe discriminatie is op grond van godsdienst indien dit verbod is gebaseerd op een algemeen bedrijfsreglement dat strekt tot het verbieden van zichtbare politieke, filosofische en religieuze tekenen op het werk en niet berust op stereotypen of vooroordelen tegenover een of meer specifieke godsdiensten dan wel tegenover religieuze overtuigingen in het algemeen. Dit verbod kan wél indirect discriminatoir zijn ten opzichte van bepaalde werknemers, maar dergelijke discriminatie kan gerechtvaardigd zijn door het streven van de werkgever om voor zijn bedrijf strikt beleid te voeren dat toeziet op religieuze en levensbeschouwelijke neutraliteit.

Heeft u een vraag over kledingvoorschriften, discriminatie op de werkvloer of een ander arbeidsrechtelijk onderwerp? Neem contact op met Betaalbare Arbeidsjurist.

discriminatie, kledingvoorschriften